close
  • woensdag 27 oktober
Algemeen

Gastschrijver Marian Woestenburg at in haar jeugd pannenkoeken die naar vis smaakten

Gastschrijver Marian Woestenburg at in haar jeugd pannenkoeken die naar vis smaakten

Gastschrijver Marian Woestenburg

Marian Woestenburg (69) is geboren op het Waddeneiland Vlieland. Haar zeevarende familie woont er al generaties lang en het zal je niet verbazen dat het eiland en de zee rondom haar na aan het hart liggen. Met een grote liefde voor de natuur en een passie voor schrijven -ze schreef veel liedjes, toneelstukken en musicals- biedt ze lezers een kijkje in haar leven en de natuur door te schrijven over haar dagelijkse wandel- en fietstochten en meer. Soms met een kritische- of een humoristische noot. 

Over cranberries en ander kustvoedsel

Half september begon de cranberriepluk op Vlieland. Overal bedrijvigheid in de valleien. Graag en gretig worden de bittere besjes geplukt. Het rode goud worden ze genoemd, maar als goud zijn ze niet begonnen. Het is niet toevallig dat ze juist op de Waddeneilanden Terschelling en Vlieland groeien. Een Amerikaans schip strandde ermee aan het eind van de negentiende eeuw. Ze hadden de bessen aan boord omdat het vitamine C bommetjes waren en ze de bemanning tegen allerlei ziektes behoedden. Terwijl Hollandse zeelieden elkaar nog met tandeloze scheurbuikbekkies toe mummelden en kaak en scheepsbeschuit weekten in de dagelijkse oorlam, hadden de Amerikanen deze nare ziekte al onder controle.

Het is op de eilanden uitgegroeid tot een kostbare cultuur en het is niet het enige voedsel dat het eiland en de zee ons geeft. Voordat Vlieland een vaste bootverbinding met de wal had, moesten het eiland en de zee eromheen ons voeden. Ik vertel mijn kleinkinderen er vaak over.

De Waddenzee was mijn speeltuin en voedselbron

‘Oma, is een zeester dan een dier?’ vroeg mijn jongste kleinzoon toen ik hem iets over dit bijzondere zeedier vertelde. Zo raar is die vraag niet voor een jongetje dat in de stad woont. Toen ik zelf vijf jaar oud was, was de Waddenzee waaraan ik woonde en alles wat er op of in leefde verankerd in mijn zintuigen. Het was mijn dagelijkse leven, mijn speeltuin en mijn voedselbron. Ik ben geboren in 1952, net na de oorlog toen het eiland nog heel arm was. Ons eenzijdige dieet vulden wij aan met wat we in de natuur vonden. Vlielanders stroopten bij het leven en als we pannenkoeken aten smaakten die naar vis, door de meeuweneieren die door de bloem en de melk geklopt waren.

Op het Wad zochten we bij laagwater krukels die we in een conservenblikje vol zeewater kookten. Heerlijk. Die missie begon altijd spannend want de lucifers en de haaknaald om de gare slakjes uit de schelp te peuteren, moest je thuis jatten. De zee en de kwelders die aan onze kusten lagen gaven ons zeekraal en lamsoor. Zeealsem om ongedierte te bestrijden. Maar vooral was de zee onze voorraadkast vol voedzame vis, eiwitrijke schaaldieren en schelpdieren zoals oesters, kokkels en mossels. Over de mossel, de eendenmossel vertelde mijn grootmoeder eens een bijzonder eilandverhaal.

Het is heel lang geleden dat mensen zich afvroegen waar aan het eind van de zomer de vogels bleven. Ze krabden zich op hun, met luizen bevolkte koppen, maar wisten het raadsel van de verdwijnende vogels niet op te lossen. Toen gingen ze voor het onverklaarbare zelf een verklaring bedenken. De bijbel staat vol van zelfverklaarde wonderen dus zo raar was dat niet. Het viel ze op dat er een schelpdiertje in de zee leefde dat sprekend op de eend leek. Dat kon geen toeval zijn. Vliegt ook een rog niet, met sierlijke vleugels door het water? Worden vallende sterren niet teruggevonden onder de zeespiegel? Waarom kan een eend dan niet veranderen in een mossel, een eendenmossel? Zo geschiedde en iedereen had vrede met deze verklaring. Iedereen maar vooral de katholieken. Vooral de katholieken die niet van vis hielden, de vis die ze op vleesloze vrijdag verplicht waren om te eten. Op vrijdag stroopten ze in de zomer een lekkere vette eend, ’want,’ zo zeiden zij, ‘een eend is een schelpdier en geen vlees!’

Genieten, de R zit in de maand

Tijdens een strandwandeling laatst kwam ik veel eendenmosselen tegen. Eentje had zich in een oude, met wier begroeide schoen verstopt. Zo’n schoen die al jaren in zijn eentje over de zeebodem wandelt. Een goede verstopplaats want stel je voor dat je weer terug verandert in een eend en er komt op dat moment net een katholiek langs. De R zit in de maand, dus we kunnen weer genieten van de mosselen van het Vlielandse Wad. Dat zijn de lekkerste!

 

Geschreven door: Redactie

Abonneer op de nieuwsbrief

Volg ons via Facebook